Vertrouwen op het onbekende – deel 2

Afgelopen mei schreef ik twee stukjes over vertrouwen op het onbekende. Gewoon voor mezelf, om mijn gedachten een beetje te ordenen. Het voelde nog iets te persoonlijk om het meteen met anderen te delen. Inmiddels zijn we een paar maanden verder, en nu is die ruimte er wel. Dus in de vorige post vind je het eerste deel, en hieronder het tweede.

Eerder deze week schreef ik over niet weten en toch vertrouwen. Over het loslaten van vastomlijnde verwachtingen. Er volgden nog meer gedachten daarover, dus tijd voor deel twee.

Want eigenlijk hoop ik dat dat niet alleen geldt voor de dingen die met geloven te maken hebben, maar voor alles. Mijn hele houding. Hoe ik mensen benader. Hoe ik situaties benader. Met misschien van tevoren ideeën over hoe het zou kunnen zijn, zou kunnen gaan, over hoe mensen zijn. Maar niet te vastomlijnd.

lees verder →

Vertrouwen op het onbekende – deel 1

Afgelopen mei schreef ik twee stukjes over vertrouwen op het onbekende. Gewoon voor mezelf, om mijn gedachten een beetje te ordenen. Het voelde nog iets te persoonlijk om het meteen met anderen te delen. Inmiddels zijn we een paar maanden verder, en nu is die ruimte er wel. Dus hieronder het eerste deel, en straks het tweede.

Soms heb ik van tevoren al precies uitgedacht wat ik hier ga typen. Vandaag niet. Er waren gewoon wat losse uitspraken en gedachten die de laatste dagen op mijn pad kwamen, en vanochtend besefte ik dat ze bij elkaar hoorden. Een soort kettinkje van gedachten waar af en toe weer wat bij werd geregen.

Het eerste was iets wat Lisa Gungor deelde op instagram. Lisa en haar man Michael vormden samen de band Gungor en deze week was hun allerlaatste concert. Lisa schreef onder de foto: “We started Gungor as two kids who thought we knew so much, now a decade later, we know much less and our hearts are so open.” En dat trof me.

“We dachten dat we zo veel wisten en nu, tien jaar later,
weten we zo veel minder. En zijn onze harten zo open.”

lees verder →

Jarig

Op sommige dagen voelt het alsof alles perfect is. Vandaag is niet zo’n dag. En toch ook weer wel. Ik heb veel te veel te doen vandaag en ik ging gisteren te laat naar bed. Mijn hoofd voelt een beetje alsof het gaat barsten. Maar de dag begon met cadeautjes uitpakken in bed en taart als ontbijt. Met Floris. Ik kreeg een platenspeler, een gele! Ik draaide er een LP op (een roze).

Ik danste een beetje, aaide mijn konijn, en besloot dat alles was zoals het zijn moest. Zelfs als dat niet zo is.

Ik dacht dat ik te laat zou komen voor mijn koffie-met-taart-afspraakje, maar toen ik in de bus naar Groningen zat en de vriendin wilde smsen dat ik later zou zijn, besefte ik dat ik juist te vroeg was. (Hoe dan? Geen idee.) Dus ik nam mijn tijd. Een wandeling op mijn gemakje naar het park. De mooie panden en pakhuizen onderweg combineerden prachtig met de muziek in mijn oren. Ik zag hoe een meisje met twee fietsen klungelde om op de stoep te komen, zodat er een busje door de straat paste. Ik hielp haar en werd nog gelukkiger dan ik al was. De hoofdpijn maakte niet uit. Alles was zoals het zijn moest.

Ik keek omlaag, naar mijn (bijna) nieuwe schoenen, zwart met witte confettikronkels erop. Ze passen bij vandaag. Ik vond een blaadje in het park, in precies hetzelfde geel als mijn trui.

Terwijl ik de laatste stappen naar het koffietentje zette, speelde mijn telefoon een van mijn lievelingsliedjes. Toen ik er was, was ik nog steeds te vroeg. Het gaf niet. Ik ging alvast zitten, typte een paar woorden op mijn laptop.

Op sommige dagen voelt het alsof alles perfect is. Vandaag is niet zo’n dag. En toch ook weer wel.

over stilte, een klooster dat geen klooster is en weldadig.

Ik deed iets nieuws deze week. Of misschien is het juist iets ouds. Ik ging naar het Stadsklooster Groningen. En dat klinkt alsof het een plek is, maar eigenlijk is het meer een groepje mensen, een initiatief, een activiteit. Elke dag is er tussen vijf en zes een korte viering, een samenzijn, een soort getijdengebed.

Ik had er vorig jaar al eens over gehoord en het maakte me nieuwsgierig. Maar eerst had ik een kring en een band en een groepje Reisgenoten, en toen een poosje heel bewust niks van dat alles. En nu kwam het weer in mijn gedachten, herinnerde iemand anders mij eraan, en dacht ik, ja, ik ben wel benieuwd. Ik vroeg aan een vriendin of ze mee wilde (of eigenlijk twee), maar dat kon pas volgende week en ineens besloot ik dat ik misschien wel alleen zou durven. Wat houdt me tegen?

Dus ik ging. Met van tevoren een heel klein beetje buikpijn, want toch wel spannend. Maar ik ging.

Ik hing mijn jas op, ging de zaal binnen, praatte wat met iemand, ik keek even toe, ik ging zitten. Op een van de acht keurig klaar gezette stoelen. (We waren met z’n zevenen, ik denk niet dat die laatste stoel bewust voor Elia vrijgehouden was, maar het moest zo zijn denk ik :-)) Degene waarmee ik had gepraat bleek de liturg te zijn die dag, hij nam het woord. Verder nog een internationale student (denk ik), en nog een handvol vriendelijke mensen, een paar generaties ouder dan ik. We volgden een soort liturgie, netjes in een mapje. Een paar woorden, een lied, een gedicht, nog een lied. Een tekst en toen tien minuten stilte. Er werden wat gedachten uitgewisseld. Er waren kaarsen. Nog een lied, een kaars werd doorgegeven. Afsluitende woorden, als zegen. En toen koffie.

Het was mooi. Verstild. Door al die nieuwe indrukken ben ik de meeste woorden en liederen vergeten, ze waaiden soms een beetje langs me heen. Soms werd ik me daar even bewust van en dacht ik, ‘o ja. Dat is hoe het altijd gaat zo’n eerste keer. Bij mij in elk geval. Dat is niet erg.’ En een paar mooie flarden zijn gelukkig blijven hangen. Woorden als ‘Orden mijn chaos’ en ‘Beperk mijn woordenstroom’ en ‘Dooradem mij’.

Het was geordend. Alles had zijn vaste plek, een vast moment. En toch, ruimte. Alsof de vorm vast lag, maar de inhoud open. Dat vond ik mooi.

En er was dus een moment van stilte, tien minuten. Een meditatie. Gewoon stil. Je kon nadenken over de tekst die daarvoor gelezen was, over vriendelijkheid. Of je kon naar een kaars kijken of naar een icoon, je kon je ogen sluiten, je gedachten als wolken voorbij zien drijven.

‘Tien minuten stilte, dat komt niet zo vaak voor in het dagelijks leven…’ zei een meneer die ik naderhand nog even sprak. Waarop hij vervolgde ‘…weldadig vind ik het’. En dat bleef bij mij dan weer hangen. Ik ken maar weinig mensen die het woord weldadig zouden gebruiken, maar ik had het niet raker kunnen zeggen. Het was dezelfde meneer die met die zinnen hieronder kwam. Gedachten die hij uitsprak, die door mijn hoofd bleven dwarrelen en uiteindelijk in mijn notitieboekje belandden. Aan inspirerende woorden geen gebrek. 

Ja, het was mooi. Of misschien moet ik zeggen: Het was. Ik was. We waren er. Daar, zomaar wat mensen, bijna willekeurig bij elkaar geraapt. En ik kan redenen bedenken waarom het wel of juist niet was waar ik op hoopte of waar ik naar op zoek was, maar dat hoeft eigenlijk niet.

Ik zou zomaar nog eens kunnen gaan.

Over een veld en hoe alles samenvalt.

Ik zit buiten met mijn kopje koffie. In de zon. Tranen in mijn ogen. Ineens raakt het me. Alles. Hoe alles met elkaar verbonden is. Hoe alles in elkaar overloopt. Vanochtend struinde ik langs het water en zong ik zinnetjes van een liedje van Birdtalker: 

“Underneath what’s detectable with eyes
Every particle’s vibrating with the same life”

“Beyond the land of the right, the land of the wrong
There’s a field waiting for us
All the notions of you, the notions of me
we finally agree, don’t mean a thing”

En ik denk aan Elizabeth Gilbert, die schrijft over hoe inspiratie rondwaait, om ons heen cirkelt en zich aan ons verbindt. Noem het de Heilige Geest. Of niet. Maar ik zie het gebeuren. Ik zie het zo ontzettend gebeuren. Die keer dat ik een gedichtje schreef, er een kaart van maakte. Een vrouw zag de kaart in een winkel, kocht die. Zocht mij op op social media, stuurde een berichtje. Ik besloot mindfulness bij haar te volgen. Aan het eind van de training kregen we allemaal een kaart en de opdracht om ‘m aan onszelf te schrijven. Precies die kaart natuurlijk, met dat ene gedichtje. Hij viel vorige week in mijn brievenbus.

lees verder →
1 2 3 4 56
Translate »