samen.

Zullen we samen mens zijn?

Zullen we samen bang of niet bang zijn, samen voorzichtig zoeken naar wat het beste is? Samen stappen zetten, één tegelijk lijkt me genoeg.

Zullen we samen hier zijn, hier in dat grote veld van mogelijkheden – soms te groot, te veel, maar nooit recht en alles in kleur.

Zullen we samen hier gaan staan, of zitten, liggen, wat dan ook. Zullen we elkaar soms in de ogen kijken om te zien wat er leeft, in jou, in mij. Of gewoon elkaars hand vastpakken en elkaar toevertrouwen: ik ben net als jij. Of: welkom.

Zullen we samen mens zijn, samen kwetsbaar groots en tot de mooiste dingen in staat? Groter dan we durven dromen, maar altijd één stap tegelijk.

Zullen we hier beginnen, gewoon maar hier, temidden van dit alles?

Er is hoop genoeg voor iedereen.

gedachten over veerkracht.

Veerkracht. Bij dat woord zie ik zo’n veertje voor me dat door de lucht waait. Ik associeer het met vliegen, zweven, in de lucht zijn. Of met een trampoline. Springen, de kracht om steeds weer omhoog te komen. De kracht om steeds weer groot te worden. Om elke keer de moed te hebben om weer op te staan. Om je vanuit het diepste dal op te richten en te gaan vliegen. Zoiets.

En ja, dat is denk ik een deel van het verhaal.

Maar ineens zag ik het van de andere kant. Ik moest denken aan zo’n veertje in een pen, dat je in kunt drukken. En aan woorden die Annemiek Schrijver laatst ergens liet vallen: de kracht om te buigen.

Misschien gaat veerkracht niet alleen over de kracht om groter te worden, je te strekken, weer op te staan. Misschien gaat het minstens zoveel over de kracht om steeds weer klein te worden. Telkens opnieuw.

lees verder →

augustus.

Augustus, ik ben benieuwd of ik je in woorden kan vangen. Ik probeer het toch.

Het was een maand die begon met een week in Limburg. Mooi was het daar. Een appartement vlak onder Maastricht, op het randje van België. Ik herinner me vooral die dag dat ik naar en door Maastricht wandelde, zonder plan. Ik sloeg de winkelstraten en de musea over, ik hoefde even geen drukte. Ik zat een poos in een koffietentje. En ik struinde. Ik liet mijn nieuwsgierigheid de route bepalen. Ik legde alles vast waar mijn oog op viel. Details van gebouwen. Bloemen in de berm. Een christusbeeld voor een raam. Kleurencombinaties van willekeurige bordjes. Door een stad lopen alsof het een museum is, ik geloof dat er weinig is dat ik liever doe. Mijn telefoon staat vol met foto’s van die middag.

Het was best wel een fijne vakantie, ja. En tegelijkertijd miste ik ook de dynamiek van mijn dagelijkse leven, de levendigheid. Het gevoel van verbinding en voldoening dat werk en mensen me geven.

lees verder →

zonder tijd te zijn.

Geef me tijd om te schrijven
mijn aandacht te vertragen
vragen laten komen
dromen te ontwaren
gedachten bovendrijven

Geef me tijd om stil te staan
roerloos aan het oppervlak
tot ik de beweging eronder voel
zintuigen langzaam aan
de wolken langs voel komen

Geef me tijd om zonder tijd te zijn
tot het blauw van de hemel begint te dagen
de dingen niet meer bestaan uit ideeën
vergeet wat groot is en wat klein
de wereld langzaam in elkaar valt

Geef me tijd tot alles me ontroert
mijn uitzicht een schilderij
waar ik voorzichtig overheen strijk
de textuur voel en dan vanzelf ook
het geluid en de bries op mijn huid.

juli.

Tijd om wat mijn gedachten over juli eens te ordenen. Want het was me nogal een maand. Een maand van uitersten.

Er was de lichtheid van vakantie, en de aanloop daar naartoe. Ik geloof dat ik nog nooit zo rustig en stressloos mijn werk afrondde voor de vakantie aanbrak. Eerdere jaren plande ik vaak alleen zomervakantie voor de periode dat we ook daadwerkelijk de hort op gingen. Dan zat ik de avond voor we weggingen nog te schipperen tussen werk en koffers inpakken. Dus dit jaar deed ik het anders en gaf ik mezelf voor onze vakantie al een weekje (min of meer) vrij. Vakantiestemming alom. Na die eerste uitslaap-opruim-logeer-chillweek pakten we onze koffers en reden we naar Zeeland. Daar bleven we een kleine week in een B&B. Kleine tripjes, familiebezoek, zwemmen, bijkomen. Ja, fijn.

En tegelijkertijd vond ik juli een heftige maand. Er gebeurde zo veel. Die overstromingen in het zuiden raakten me, niet alleen de ernst van de situatie nu, maar vooral ook de ernst van de klimaatcrisis. En klimaatcrisis vind ik dan nog een zacht woord, alsof het ‘alleen maar om het klimaat’ gaat. De overstromingen drukten me weer even met de neus op de feiten: het gaat om alles, hier en nu. Het riep vragen bij me op die onder mijn huid kropen: hoe verhoud ik me tot de aarde? Welke rol speel ik hierin? Ben ik veilig, en wat betekent dat? Vragen die geen pasklaar antwoord hebben, maar met me mee mogen leven en richting mogen geven.

lees verder →

mij.

Soms voel ik me te weinig
en dan weer veel te veel
Soms voel ik me verdwijnen
of wil ik niet wat ik wil

Soms is mijn kleinste ik de grootste
of houdt mijn grote ik zich klein
Soms zou ik meer mezelf
en soms juist minder willen zijn

Soms lijkt het wel alsof
ik mij niet meer kan vinden
Begin ik buiten me te zoeken
vergeet ik: ik ben binnen

Maar hoe weinig, veel of kwijt
ik mezelf ooit ook kan zijn
Ik geloof dat ik toch altijd
niemand anders ben dan mij.

Juni.

Juni zit er alweer bijna op. Bij mij was het een lichte maand.

Een maand van rustig maar gestaag veel werk afleveren. Ik maakte heel veel ontwerpen in opdracht: vooral geboortekaarten, maar ook een paar posters en een verhuiskaart. En na zes jaar ninamaakt weet ik steeds beter hoe ik dat goed in kan plannen, wat wel en niet haalbaar is en hoe ik het fijn houd voor mezelf. In ieder geval lukte dat deze maand verrassend goed.

lees verder →
1 2 3 4 64
Translate »