nog even over die stilteretraite.

Kom, kijk naar de zon
en klim langs de stralen naar de hemel omhoog
houd je niet vast, aan dat wat voorbij is
en laat alles los, wat spookt in je hoofd
en alles verandert
maar beweegt ook weer in cirkels
keert terug naar de bron
en wordt weer wat het was

– Stef Bos, Lied van Prediker (Alles is lucht)

Zaterdagavond. Ik zit op bed en denk aan alles wat er de afgelopen twee weken gebeurde. Het is nogal wat.

Twee weken terug voelde ik me gespannen. Ik kon er – uiteindelijk – best goed mee omgaan en mild naar mezelf kijken, maar pfoe, wat vond ik het spannend. Ik ging meedoen aan een stilteretraite. Wat het spannend maakte? Op een nieuwe plek zijn, omringd door nieuwe mensen. Niet precies weten wat ik kan verwachten, en net zo min weten wat er van mij wordt verwacht. Dat soort dingen vind ik sowieso best ingewikkeld, maar als ze dan ook nog vijf (!) dagen duren, dan helemaal. Het enige wat ik wist was dit: het komt goed. Want zo goed ken ik mezelf inmiddels wel. Ik kan best veel hebben. Zelfs als het anders gaat dan verwacht, zelfs als het niet is wat ik ervan had gehoopt, zelfs dan. Zelfs dan ben ik sterk genoeg om daarmee om te gaan. En zelfs dan leer ik ervan. In die zin ben ik veilig. Dus ik durfde het aan, dat zeker. Maar toch. Spannend.

Tijdens de reis was ik kalm. Ik had een flinke marge ingebouwd – je weet het nooit met die treinen – en dat was fijn, want ik had inderdaad vertraging. Maar het klopte: inmiddels kan ik mezelf vertrouwen. Ik kan mezelf ‘dragen’, ook als de dingen anders gaan dan gepland. Alsof ik de onrust die ik op zo’n moment voel gewoon kan omarmen. De vertraging bezorgde me nauwelijks stress.

De eerste dagen in het klooster waren pittig. Aan de ene kant precies wat ik had verwacht, omdat ik weet dat ik in zo’n compleet nieuwe situatie moeite heb om het allemaal te verwerken. Het kost me veel energie om echt te landen, mijn plek te vinden. Dat was wat ik van tevoren had voorspeld, en dat gebeurde ook.

De stilte maakte het echter extra confronterend. Niet vanwege de stilte zelf, maar omdat die me duidelijk maakte hoe ik normaal in zo’n nieuwe situatie mijn weg probeer te vinden. Door contact te maken met de anderen, zo vriendelijk en positief mogelijk. Zodat ik zeker weet dat ze me aardig vinden. Zodat ik zeker weet dat ik welkom ben. En dan, als ik weet dat ik daar oké ben, als ik zeker weet dat iedereen het eens is met mijn aanwezigheid, dan durf ik het aan. Dan durf ik mijn plek in te nemen, dan voel ik me echt op mijn gemak en begin ik te ontdooien.

En de stilte maakte dat lastig. In de groepssessies was iedereen gericht op zichzelf of op degene die een vraag of kwestie had ingebracht. En buiten de sessies was het stil. Keerde iedereen naar binnen. Ik worstelde ermee. Ik verlangde naar iemand die me in de ogen zou kijken en zou zeggen ‘Het is oké. Je bent welkom.’ Het liefst degene die de week begeleidde, zij had het immers voor het zeggen. Als zij zou zeggen dat ik welkom was, dan wist ik het zeker.

De stilte vroeg me te vertrouwen. Te vertrouwen dat het feit dat ik me voor de retraite had opgegeven, een bevestigingsmailtje had gehad, en er nu was – voldoende reden was om er te mogen zijn. Dat het oké was, echt oké. Dat mijn bestaansrecht hier en nu niet afhing van hoe vriendelijk ik deed, of hoe aardig de anderen mij vonden.

De eerste dag en nacht spookte de vraag ‘doe ik het wel goed?’ almaar door mijn hoofd. Op dag twee begon ik het te zien, kon ik al die onzekerheid en verlangens naar bevestiging van een afstandje bekijken. En op dag drie kon ik het los laten, kon ik eindelijk vertrouwen dat het goed was. Ik weet niet precies wat het omslagpunt was. Misschien kwam het omdat het allemaal niet zo nieuw meer was. Omdat er fijn (non-verbaal :-)) contact was met mijn kamergenootje. Omdat ik in de groep iets kwetsbaars had gedeeld en dat oké bleek te zijn. Omdat we een paar oefeningen in duo’s hadden gedaan. Of omdat ik die middag over het strandje vlakbij het klooster liep, een andere deelnemer tegenkwam, en ze vanuit de stilte haar hand even op mijn schouder legde. Hoe dan ook, het was goed.

En het werd alleen maar beter. Aan het einde van dag drie zat ik vol energie. Toen ik ‘s avonds even de grote zaal, de aula, in gluurde, zag ik dat die leeg was. Ik zette muziek aan (op mijn oortjes, dat wel, want hé, stilte enzo) en danste. Het was heerlijk. Er kwam iemand binnen, ze had geen last van me, gebaarde ze. Terwijl zij mediteerde danste ik zonder schroom door. Even later kwam er iemand yoga doen. Ook oké. Een mevrouw van de huishouding kwam binnen om kopjes op te halen, reageerde vrolijk en neuriede terwijl ik verder danste. Ik danste, danste, danste. Meer dan een uur. Mijn lijf en ik, vrij.

Toen ik moe was van het dansen was mijn hart vol. Ik had nog geen zin in mijn bed. Met mijn schetsboek, een prentenboek en een glaasje wijn ging ik in de huiskamer zitten, op de grond. Ik las en tekende, maar minstens zo vaak keek ik de kamer rond. Een paar mensen zaten te kleuren. Ik hoorde het geluid van de potloden op het papier (is er een fijner geluid dan dat?). Mensen zaten te lezen. Een bladzijde werd omgeslagen. Iemand at borrelnootjes. Een ander schonk wijn in. Ik dronk nog een slokje. Mijn hart stroomde over. Ik voelde alleen maar vreugde, alleen maar liefde. Wat een prachtige mensen, en hoe heerlijk is het om samen alleen te zijn. Om even niks van elkaar te hoeven, maar toch te genieten van elkaars aanwezigheid.

Op vrijdagochtend ging ik zwemmen. Het idee speelde de hele week al door mijn hoofd, maar mijn kamergenootje trok me over de streep door een handdoek aan te bieden en te vertellen dat ze het vorig jaar ook gedaan had. Bovendien was er een zwemstrandje naast het klooster, dus het kon eigenlijk niet anders. Alsof het zo moest zijn. Het schemerde nog wat, in alle vroegte, maar dat gaf niet. Ik zwom en ik rende. Toen ik aan het ontbijt zat, gloeide ik nog na. Ik trakteerde mezelf op een croissantje en ei (nee, dat kloosterleven is niet zo sober als je zou denken – de maaltijden waren heerlijk) en dronk koffie.

Ik voelde me energiek, sterk. Sterk genoeg om aan te gaan wat er aangegaan moest worden. Elke dag van de retraite was er voor vier mensen ruimte om een persoonlijke vraag of kwestie in te brengen, en gingen we daar met de groep mee aan de slag. Een sessie van ruim een uur, gericht op de vraag van één persoon. Het was niet verplicht en iedereen werd aangemoedigd zijn gevoel en eigen tempo hierin te volgen. Je voelt wel aan of en wanneer je er klaar voor bent. En dat was zo. Die vrijdag, toen ik me in topvorm voelde, was het tijd. Eerst een aantal anderen, maar aan het eind van de middag, na de koffie, was het mijn beurt. Natuurlijk was het spannend. Maar net als bij het zwemmen voelde alsof het eigenlijk niet anders kon. Alsof alle gebeurtenissen en gevoelens van de afgelopen dagen zorgvuldig op elkaar afgestemd waren, en hadden geleid tot dit moment.

En het was goed. In de vorm van een opstelling verkenden we dingen waar ik mee worstel. Dingen die zich het afgelopen jaar, maar zeker ook deze week, steeds scherper hadden uitgetekend. Over mijn plek vinden, het verlangen naar goedkeuring, pijn, mezelf durven zijn, oordelen, ruimte innemen, vrijheid. Het ging diep, maar het was goed. En overweldigend, dat ook.

We werkten de hele week met opstellingen en ik vond het keer op keer indrukwekkend. Hoe die methode toegang geeft tot een laag van bewustzijn waar je niet zo makkelijk bij kunt komen. Een laag waarin taal maar een kleine rol speelt, een laag die dieper gaat dan het vluchtige van emoties. Het maakt ook dat alles wat er tijdens zo’n opstelling gebeurt niet in één keer te behappen is, zeker niet met je verstand.

Dus die avond probeerde ik mezelf rust te gunnen. Vooral niet te veel na te denken. De stilte was fijn. Ik schreef kaartjes voor de andere deelnemers van de groep, het was tenslotte al de laatste avond. Ik tekende nog een vogel, de zoveelste die week (in mijn schetsboek is precies te zien welke tekeningen ik tijdens de retraite maakte: allemaal vogels).

De volgende ochtend wandelde ik. Allerlei gedachten gingen door mijn hoofd, en af en toe vielen er zomaar ineens puzzelstukjes op hun plek. Schoot me nog iets te binnen van de vorige middag, viel het ineens allemaal samen met iets anders. Er waren antwoorden, inzichten, eyeopeners. En er waren vragen om mee verder te leven. Geduld, vertrouwen, het komt wel. Ook in de afsluitende sessie van die zaterdagochtend: inzichten, als zaadjes die werden geplant, nog niet duidelijk wat precies hun uitwerking zou zijn.

Die middag namen we afscheid. Het was een bijzondere gewaarwording. Ineens sprak ik iedereen een op een. Zoveel mooie mensen. Er werden ware woorden uitgewisseld. Één iemand vatte de kern voor mij precies samen, hij sprak het uit als een fantastische speech. Ik schreef zijn woorden diezelfde dag nog op in mijn boekje.

Daarna nog een maaltijd, met elkaar, maar zonder de stilte. Even wennen, zoveel lawaai in die kleine eetzaal! De gesprekken dreven naar de oppervlakte. Ineens ging het over wat voor werk je doet, waar je vandaan komt en hoe oud je bent. Wat je achtergrond is, waarom je je had aangemeld voor deze retraite, en ga zo maar door. Mooi om te horen – want inmiddels was ik daar best nieuwsgierig naar geworden -, maar ook bijzonder om te merken hoe je beeld van iemand dan ineens andere kleuren krijgt. Soms heel kloppend, soms juist verrassend. Degene die in mijn hoofd wel eens accountant en/of ouderling in een kerk zou kunnen zijn, bleek een marketingbedrijf te hebben. Een vrouw waarmee het fijn had geklikt was dominee geweest, een ander leidde een succesvolle zaak in hartje Amsterdam, en weer twee anderen bleken een echtpaar te zijn (huh!). En toen ik mijn kamergenootje een kaart gaf met wat lieve woorden, riep ze uit: ‘ben jij ninamaakt?!’ Ha, wat een grap.

Het allereerste stukje van de terugreis deelde ik met een paar anderen, het was fijn om nog even rustig na te praten. Met één iemand wisselde ik op de valreep telefoonnummers uit, voor je weet maar nooit. De dagen erna appten we wat, een beetje ongemakkelijk, want hoe app je met iemand waarmee je vooral stilte hebt gedeeld? En tegelijkertijd fijn, want in de eerste dagen na de retraite had ik vaak het gevoel dat het allemaal een droom was geweest. Alsof ik nog met één been in een compleet andere wereld stond, terwijl alles hier gewoon door ging.

Ja, het was wennen om weer thuis te zijn. Sommige dingen voelden anders. Meteen ook weer de neiging om het allemaal te rationaliseren, uit te denken wat er anders voelde, hoe dat dan zou kunnen, of het een blijvende verandering zou zijn, of dat het ook weer wegebt. ‘Het komt wel,’ sprak ik met mezelf af. Met degene waarmee ik appte gebruikten we dat beeld van zaadjes die geplant zijn. Of ze wel of niet gaan groeien, en hoe hard precies, je weet het niet. Dus misschien hoeven we ons daar niet druk om te maken. Misschien mogen we gewoon langzaam de dingen oppakken die we te doen hebben, hier en nu, vertrouwend dat de dingen gaan zoals ze moeten gaan. En af en toe even dankbaar terugkijken op die ene mooie midweek, daar in een klooster in Huissen.

Vandaag is het precies een week geleden dat ik thuis kwam. Pas sinds een paar dagen voelt het alsof ik er ook echt ben, terug in het dagelijks leven, helemaal aanwezig – in plaats van dat er een stukje van mij in het klooster is blijven hangen. Wel heb ik soms een beetje heimwee. Kon ik nog maar even daar zijn, de rust en vrijheid ervaren die ik daar heb gevoeld. Het gevoel van écht in mijn lijf zijn, mijn hoofd op de achtergrond, in plaats van andersom.

En hoewel het te vroeg is om conclusies te trekken, lijkt het alsof er dingen verschoven zijn. Aan de oppervlakte misschien (nog) nauwelijks, maar ergens daaronder zijn een paar kleine radartjes subtiel van richting veranderd. Iets meer ruimte, iets meer vrijheid. Alsof er in sommige situaties een tweede verhaal is bijgekomen. Een verhaal waarin ik meer kan dan ik dacht, en minder hoef dan ik dacht.

De zon schijnt. Vandaag ga ik zwemmen. Komende maandag begin ik op mijn nieuwe werkplek. Het leven gaat door, sommige dingen hetzelfde, sommige dingen anders. De nieuwe werkruimte heeft grote ramen, met vrij uitzicht op de lucht. Soms komt er zomaar een zwerm vogels langs. Kijk naar de vogels, zei iemand lang geleden. Dus dat doe ik. Tijd om te vliegen.

PS Ja, ik zette de mogelijkheid om te reageren onder dit bericht eventjes uit. Vond ik fijner. Mocht je toch iets willen zeggen, mag je me altijd mailen of onder een eerdere post reageren. X

Translate »