allebei.

Het loopt anders vandaag. Anders dan verwacht.

In mijn agenda stond een opleidingsdag. Gisteravond al zou ik hup, in de auto, zuidwaarts rijden. Zodat ik vanochtend rustig op kon starten en om half elf in een kring van lieve mensen zou zitten. Een grote bos bloemen in het midden, zoals altijd. Eerst een rondje met hoe het iedereen de laatste tijd is vergaan. En dan twee dagen luisteren, bewegen, delen, oefenen, voelen, uitwisselen, ervaren, leren.

Het ging anders. Corona kwam langs. Niks ernstigs – ik prijs mezelf gelukkig met iets dat nauwelijks een verkoudheid te noemen is. Maar desondanks bleef het net iets langer hangen dan ik hoopte, en moest ik vandaag nog binnen blijven. Morgen rijd ik alsnog naar het zuiden voor dag twee.

Maar nu ben ik dus thuis. Ik luister het nieuwe liedje van Oh Wonder. Ik draag het jasje dat ik deze week – na heel lang twijfelen – kocht, en nu eigenlijk niet meer uit wil doen. Ribstof, zacht en comfortabel, en ook een beetje stoer. Het zit als gegoten.

lees verder →

februari.

Februari was een bewegelijke maand.

Het was een maand vol goede gesprekken tijdens lange wandelingen. Mijn werk was redelijk rustig en ik had zin – en dus ook tijd – om mensen te ontmoeten. Om te praten, te luisteren, ervaringen te delen, te sparren, nieuwe invalshoeken en energie op te doen. Dus ik kroop achter mijn bureau vandaan en zette heel wat stappen, steeds met ander gezelschap. Vrienden, studiegenoten, een dominee, een kennis. Alsof ik met al die mensen even mocht ervaren dat we samen onderweg zijn. Mooi wel.

En dan dat weer hè, sjonge. Er waren regenachtige wandelingen bij, zeker. Maar ook zonovergoten wandelingen waarbij de lente volop in de lucht hing. ‘Koester de lente wherever you find it’ was mijn motto, dus ik haalde mijn hart op aan krokussen (elke dag een beetje meer), zachte knoppen en bloeiende toverhazelaars. Een nieuw blad aan mijn plant. En met de zon op m’n bol naar kantoor fietsen. Het kleine grote geluk diende zich overal aan.

lees verder →

overgave.

Op de rand van mijn verstand
de grenzen van mijn kennen
daar waar ik steeds weer strand
voorbij mijn eigen einden
verdwaal in mijn verlangen

Daar, precies daar
begint de zee
eindeloos strekt ze zich uit
naar mij en iedereen

Ze wil dragen en omgeven
blijft vragen me volledig
aan haar golven over te geven
te drijven en te zwemmen
in bodemloos vertrouwen

de golven tot mijn grond te maken
me te laten dragen
laten deinen
toevertrouwen

januari.

Januari begon goed. Ik vierde de jaarwisseling thuis en we dansten het jaar in! Ik kan alleen voor mezelf spreken, maar voor mij betekende dat: wat dit nieuwe jaar ook gaat brengen, ik ben van de partij. Ja, een goed begin.

We deden een nieuwjaarsduik en later die week – het was nog kerstvakantie – verbleef ik met een vriendin een paar dagen in een huisje. Slapen, bijpraten, wandelen, eten, uitrusten, cocoonen. Het was fijn.

Aan het einde van die dagen merkte ik hoe er weer ruimte ontstond om vooruit te kijken. In december had ik geleefd alsof het nieuwe jaar nog niet bestond. Dat was goed en fijn en nodig. Maar ergens in die eerste week van januari was het alsof er een streep licht naar binnen viel. Alsof alles ineens weer open lag. Of om in dat beeld van die tunnel te blijven: alsof ik de tunnel uitreed en weer in een open landschap stond. Ik schreef er hier iets over.

lees verder →

nieuwe ruimte.

Zeven januari is het. Ik ben net thuis, na een ochtend op kantoor. Samen met mijn kantoorgenootje maakte ik een frisse start. Een schoonmaakbeurt voor onze fijne plek. De een had een stofzuiger meegenomen, de ander appelflappen :)

En nu zit ik hier. Hier in januari. Nieuwe ruimte, zo voelen deze dagen. Na een paar weken van terugtrekken, loslaten, vertragen en naar binnen keren – met en zonder gezelschap – betreed ik nu een nieuwe ruimte. Het is hier open, alles is nog mogelijk. De lucht is koud maar helder. Een zonnige winterdag.

Ook in mij voelt het helderder. Opgeschoond. Dichterbij de kern. Er is wat ruis weggevallen en de kern is steviger nu, merk ik. Ik zie de contouren weer, de grote lijnen. De dingen die ik belangrijk vind. De dingen die ik dacht dat moesten, maar misschien toch niet. De dingen die mijn hart hebben. Welke kant ik op mag gaan.

Een heel nieuw jaar, klaar om zich te ontvouwen. We zijn al begonnen.

Ik weet niet waar ik zijn moet,
maar er zijn plekken
waar mijn hart opgelucht ademhaalt
en ik denk dat ik dat maar volg.

dromen drinken als ontbijt

december.

Ik probeer woorden te vinden voor december. Een zachte maand was het, laag bij de grond. Een beetje blurry ook, als ik eraan terugdenk vloeien de dagen wat in elkaar over. Ik weet niet meer precies wat er wanneer gebeurde. Ik herinner me vooral de ochtenden, die momenten dat ik in mijn dagboek zat te schrijven bij kaarslicht, terwijl het buiten langzaam licht werd.

Voor het eerst in jaren was ik dit jaar niet echt bang voor de somberte en zwaarte die ik in december vaak voel. Vorige jaren probeerde ik het te negeren, en toen ik dat niet meer kon en wilde, zette ik me schrap. Dit jaar voelde ik me rustiger, misschien zelfs een vleug nieuwsgierigheid. Vorig jaar vertelde ik mijn coach dat het voelt alsof ik elke winter weer in een diepe put val en zij antwoordde toen: kun je niet gewoon rustig met het trapje naar beneden? Inmiddels leer ik dat. En dat de bodem van die put altijd zachter, vriendelijker en rijker is dan ik verwacht.

lees verder →

de kortste dag.

21 december 2021

Ik voel me klein. Geborgen in alles wat ik niet weet.

Minuscuul onderdeel van het web van mensen en dingen en de wereld. Soms zo fijn en gloedvol verbonden en gedragen, dan weer ingewikkeld, niet te volgen. Overgave.

Het gaat mijn verstand te boven. En ik besluit het daar te laten. Al het onbekende, alles wat ik niet weet, als een dak om onder te schuilen.

Ik rol me op.
Hoef niet groter.
Nergens heen. Niets te doen.

Later rol ik langzaam uit.
Maar nu is klein genoeg.
Nu ben ik.

Translate »