Ronddwarrelende gedachten over mindfulness.

Vandaag is een dwarreldag. De afgelopen dagen waren druk met leuke, interessante, maar intensieve dingen en het duurt dan altijd een poosje voor alles geland is. Op zich prima, maar dat betekent wel dat ik vandaag in m’n joggingbroek zit met koffie en paracetamol.

En eigenlijk weet ik helemaal niet wat ik hier wil schrijven, maar ik had zin om te schrijven, dus ik dacht, ik begin maar gewoon ergens.

Neem bijvoorbeeld die mindfulnesstraining die ik op dit moment volg. Om maar iets te noemen. Die dinsdagavonden zijn bere-interessant, maar ik moet er elke week weer een beetje van bijkomen. Want het gaat er heus allemaal heel rustig en kalm aan toe, maar het gaat ook wel diep. Het is een klein groepje, met z’n vieren zijn we. Dus je kunt niet echt anoniem meedoen. Het zijn afwisselende avonden. De trainer – ik denk bij het woord trainer meer aan een voetbaltrainer, maar het is eigenlijk gewoon een lieve, nuchtere vrouw – vertelt dingen, we wisselen ervaringen uit en o ja, we doen heel veel oefeningen.

We hebben nu zeven van de acht lessen gehad en ik ben erachter gekomen dat mediteren een soort spiegel is. Je kunt het niet op een laag pitje doen, een beetje half ofzo. Wanneer je dertig minuten met je ogen dicht op een stoel zit, of op een matje op de grond ligt, móet je je er wel aan overgeven. En dat kan best een uitdaging zijn. Ja, mooie paradox is dat: aan de ene kant is het idee van mindfulness dat het meer rust in je leven brengt, maar op de hele korte termijn, tijdens een meditatie, kan het er nogal stormachtig aan toe gaan. Dan word je ineens geconfronteerd met je eigen onrust en weerstand, en waar je die normaal gesproken negeert door afleiding te zoeken, kun je nu niets anders dan ‘m onder ogen zien. Of verdriet, pijn. Of irritatie. Of ongeduld. (Of enthousiasme, dat trouwens ook hoor.)

Ineens word je je bewust van hoe je een soort standaardreacties op al die dingen hebt ontwikkeld, die tot nu toe altijd onbewust waren, automatisch gingen. En nu leer je om dat eens rustig te observeren en de tijd te nemen voor al die emoties en gedachten. Ineens word je gevraagd om op te merken hoe je ze in je lichaam ervaart. Waar dan? Wat voel je dan? Gaat je hartslag omhoog, verandert je ademhaling?

En dan nog die vriendelijkheid. Compassie, geduld, mildheid, niet oordelen. Want zoveel vragen en observaties kunnen soms nogal confronterend zijn, en daardoor een beetje dreigend aanvoelen. Als de inzichten over elkaar heen tuimelen, kan het soms zomaar voelen alsof je dingen heel lang verkeerd hebt gedaan. Of nog steeds. Want al zou je het willen, die automatische patronen verander je niet van de ene op de andere dag. Maar dan is daar die vriendelijke basishouding bij mindfulness. Die stem die altijd zegt ‘Het is oké. Dit is onderdeel van het proces. Dit is de oefening. Leer maar. Groei maar. Wees maar hier. Het is goed.’

Dus dat doe ik dan maar. Ik leer. Ik groei. Ik ben hier.

Ja, hier. In mijn joggingbroek, met hoofdpijn en al. Beste dag van mijn leven? Nee, niet echt. Maar ach, dat hoeft eigenlijk ook niet. Het is goed.

2 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »