Vertrouwen op het onbekende – deel 1

Afgelopen mei schreef ik twee stukjes over vertrouwen op het onbekende. Gewoon voor mezelf, om mijn gedachten een beetje te ordenen. Het voelde nog iets te persoonlijk om het meteen met anderen te delen. Inmiddels zijn we een paar maanden verder, en nu is die ruimte er wel. Dus hieronder het eerste deel, en straks het tweede.

Soms heb ik van tevoren al precies uitgedacht wat ik hier ga typen. Vandaag niet. Er waren gewoon wat losse uitspraken en gedachten die de laatste dagen op mijn pad kwamen, en vanochtend besefte ik dat ze bij elkaar hoorden. Een soort kettinkje van gedachten waar af en toe weer wat bij werd geregen.

Het eerste was iets wat Lisa Gungor deelde op instagram. Lisa en haar man Michael vormden samen de band Gungor en deze week was hun allerlaatste concert. Lisa schreef onder de foto: “We started Gungor as two kids who thought we knew so much, now a decade later, we know much less and our hearts are so open.” En dat trof me.

“We dachten dat we zo veel wisten en nu, tien jaar later,
weten we zo veel minder. En zijn onze harten zo open.”

En diezelfde avond zei de meneer op Headspace (waarvan ik inmiddels weet dat hij Andy Puddicombe heet) (wat Floris en ik stiekem een hele grappige naam vinden) in de dagelijkse meditatie:

“The more we meditate, the more we realise that, ultimately,
we know nothing at all.”

Weer datzelfde niet-weten. En nu weet ik niet of er inderdaad uiteindelijk niets te weten valt (:-)), maar ik herken het in mijn eigen leven. Dat alle ooit zo stevig gebouwde heilige huisjes afbrokkelen, en dat wat daarvoor in de plaats komt een stuk minder stevig en onwrikbaar is. Dat de dingen die ik nu denk te weten, de standpunten die ik inneem, flexibeler zijn. Dynamischer. Voor nu neem ik ze als uitgangspunt, houd ik ze voor waar, maar ik geef geen garanties over de toekomst. Want er is nog zo veel te leren en te ontdekken, wie weet wat er nog verschuift en verrast.

Ik heb het al een paar keer gehad over open, lege handen. Dat beeld beschrijft denk ik het beste hoe ik deze periode ervaar. Al het houvast van het christelijk geloof heb ik even los gelaten. Maar ik geloof niet dat mijn handen voor altijd leeg zullen blijven. Er ontstaan nieuwe denkbeelden, nieuwe ideeën, nieuwe standpunten, nieuwe vormen, nieuwe perspectieven, nieuwe zienswijzen. En dat vind ik mooi.

Maar ik denk en hoop dat ik mijn handen open mag houden. Dat ik de nieuwe dingen die nu aan het ontstaan zijn niet krampachtig vast zal houden, maar losjes. Af en toe mijn handen even dichtvouwen, als ik houvast nodig heb. Maar dan weer open, zodat ik er zicht op heb. Zodat ik mijn standpunten losjes door mijn handen kan laten glijden, van de een in de ander, kan voelen en ervaren en bekijken, van alle kanten. En kan laten gaan als dat nodig is. Maar dat ik hoe dan ook, het krampachtige los kan laten.

En dat is best wel eng. Het vraagt om vertrouwen in dingen die je niet zeker weet. Het voelt kwetsbaar. Het is kwetsbaar. Ik moet ineens weer denken aan iets wat ik laatst las, laat ik daar maar mee afsluiten:

“De uitdaging is om door te gaan met liefhebben, denken, scheppen en keuzes maken,
ook al weten we dat we de definitieve antwoorden niet hebben.
En we het zelfs bij het verkeerde eind kunnen hebben.”

– Richard Rohr

2 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Translate »