Wat er nu is.

Ik werk op mijn kantoor vandaag. Een fijne ruimte op de tweede verdieping op de hoek van een semi-leegstaand gebouw. Ik deel dit plekje met een lieve vriendin en echt, het is het fijnst als we er tegelijk aan het werk zijn. Soms valt er een woord of een zin, maar meestal is het stil. Allebei bezig. Zij schrijft, ik teken (of mail of ontwerp of iets anders). Zij drinkt thee, ik koffie.

Ik houd van die verzadigde stiltes. Ik rondde net een taak af, en dronk daarna mijn koffie op terwijl ik door het raam staarde. Zachte muziek aan. Er hoefde even niks.

En ik kon ervoor kiezen om de volgende taak op te pakken, maar eigenlijk wil ik alleen maar even schrijven. Even stilstaan hier, kijken wat er komt, de woorden hun gang laten gaan, verder niks.

Het voelt alsof er zoveel in beweging is de laatste weken. De natuur. En ik, als klein onderdeeltje daarvan. Toen ik vorige maand met een vriendin praatte, zei ze: ik ben benieuwd wat er gaat komen. Wat er straks – net als al die krokusjes – de grond uitkomt. Ja, ik ook, zei ik toen. En ik merk hoe het langzaam zichtbaar wordt. Al die dingen die afgelopen winter ondergronds gebeurden, hoe ze vorm beginnen te krijgen. Niet in één keer, of als een afgerond geheel. Maar zoals die krokussen en narcissen. Hier eentje, dan daar eentje. Soms ineens een groepje bij elkaar. De ene dag is het er nog niet, de volgende dag is het onmiskenbaar.

Ik zie hoe stukjes van binnenin mij hun weg naar buiten banen. In gesprekken, een op een, of soms ineens zomaar – als cadeautje – opgenomen en de wereld ingestuurd. De podcast die vorige week online kwam. De tv-uitzending van deze week. Zomaar op mijn pad, onverwachts. Het voelde bijzonder en groots en intens, en ik had het zelf niet kunnen bedenken, en tegelijkertijd klopt het misschien gewoon. Zoals die ene krokus, die nergens anders zou moeten te staan dan waar hij nu staat. Blijkbaar horen deze dingen erbij, bij mij, hier en nu.

Ik moet denken aan zinnen van Rob Bell. Een klein boekfragment waar ik steeds maar weer op terugkom, zinnen die ik regelmatig herlees omdat ze me op mijn plek zetten – als ik onrustig ben of iets nieuws doe, als dingen onzeker voelen:

We spend so much time searching and longing for solid ground,
only to discover it’s better than that.
There’s Spirit.
You try this,
you try that.

You throw yourself into it,
and
you hold it loosely.

You give it everything you have
as
you acknowledge that this what we’re doing now,
who knows what will come next?

Zo ervaar ik deze eerste maanden van dit jaar. Ik probeer dingen. Soms vanuit een eigen verlangen, soms omdat het op mijn pad komt. En bij alles wat ik doe word ik uitgenodigd om me er helemaal aan te geven. Me er volledig mee te verbinden, niks achter te houden. Én, tegelijkertijd: het losjes te houden. Dit is wat er nu is, dat is zeker. Maar wat er straks komt, hoe het verder gaat, daar is niks over te zeggen. Er valt niks toe te eigenen, ik hoef me nergens aan vast te klampen, er zijn geen rechten aan te ontlenen. Open handen. Helemaal meedoen met wat er nu is, en tegelijkertijd open voor wat er komt, want dat kan alles zijn.

Ik oefen het. Leven met open handen. Leven van wat komt. You throw yourself into it, and you hold it loosely. Of het nu om mijn webshop gaat of over die onverwachtse tv-opname. Om een appje, een opdracht, een gesprek, of over hoe ik mijn maandagmiddag invul.

De middag is inmiddels om. Mijn hoofd is leeg, alle gedachten op mijn scherm. Mijn kantoorgenoot is naar huis. De taak die nog op mijn lijstje voor vandaag stond, belandt op de planning voor morgen. Het is goed zo. Wat er nu is.

2 reacties

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Translate »